Een pleidooi voor intuïtiever handelen in gebiedsontwikkeling

7 januari 2026

In het bedrijfsrestaurant van een  gemeente raakte ik in gesprek met een ervaren projectmanager. Terwijl hij net aan zijn broodje begon, verzuchtte hij:  ‘Eigenlijk wil ik voor deze gebiedsontwikkeling meteen een omgevingsplan maken.’ Volgens de gemeentelijke procedures moet echter eerst een startnotitie worden opgesteld, vervolgens een   Ambitieweb worden ingevuld, daarna een gebiedsvisie worden gemaakt en pas daarna een stedenbouwkundig plan. Dat traject kost veel tijd – gemiddeld zo’n drie jaar – en deze projectmanager had het gevoel dat het in dit specifieke geval verantwoord sneller kon door enkele stappen over te slaan.

Ik moest eerlijk toegeven dat de voorgeschreven stappen in gebiedsontwikkeling inderdaad tijdrovend zijn. Vooral de eerste fases gaan gepaard met intensief intern overleg tussen verschillende afdelingen. Het resultaat is vaak een generieke optelsom van beleidsambities, terwijl het daadwerkelijk concreet worden in ruimtelijke besluiten meestal een langdurig proces is met veel afstemming.  

Hier tekent zich een duidelijk spanningsveld af. Aan de ene kant is er de procedurele werkelijkheid, waarin van projectmanagers wordt verwacht dat zij gestructureerd en volgens vaste stappen toewerken naar ruimtelijke besluiten. Voor bestuurders en de gemeenteraad is het immers overzichtelijker en beter stuurbaar wanneer projecten op een vergelijkbare manier worden aangepakt.  
Aan de andere kant is ruimtelijke ontwikkeling ook een ambacht dat maatwerk vereist. Ervaren projectmanagers voelen vaak feilloos aan waar kansen voor versnelling liggen en welke richting een plan op zou moeten gaan. Zij handelen daarbij regelmatig intuïtief, soms zonder zich daar volledig bewust van te zijn. Hoewel deze op ervaring en expertise gebaseerde handelwijze zeer waardevol is voor het verbeteren en versnellen van projecten, wordt dit vaak ingeperkt door gestandaardiseerde procedures.  

Over dit spanningsveld schreef ook de Amerikaanse hoogleraar Donald Schön in zijn boek The Reflective Practitioner: How Professionals Think in Action. Schön stelt dat professionals in de praktijk niet uitsluitend rationeel en technisch te werk gaan. In complexe situaties vertrouwen zij juist op intuïtief ‘weten en doen’. Ervaren vakmensen blijken in staat problemen aan te pakken zonder uitgebreide analyses vooraf. Zij reflecteren tijdens het handelen zelf – wat Schön aanduidt als reflection in action. Deze vorm van ervaringsleer staat haaks op de klassieke rationeel-wetenschappelijke benadering van kennis en botst met strak voorgeschreven procedures.  

Mijn advies aan de projectmanager was dan ook om vooral zijn gevoel te blijven volgen. Het challengen van bestaande interne procedures mag best wat vaker. Het is waardevol als projectmanagers onderling hun intuïtieve gedachtes delen en bespreken wat volgens hun ervaring goed zou zijn voor het project. Juist die gesprekken helpen om te onderbouwen waarom afwijken van procedures soms nodig en verantwoord is. Ambtelijke en bestuurlijke opdrachtgevers spelen daarbij een cruciale rol: afwijken van de gebaande paden vraagt om moed en om vertrouwen. Ervaring in gebiedsontwikkeling mag explicieter ingezet worden om ruimtelijke plannen sneller én beter te maken.   

Intuïtief nam de projectmanager nog een hap van zijn broodje. Misschien toch maar een korte notitie schrijven om uit te leggen waarom in dit geval van de procedures   wordt afgeweken? Een beroep doen op intuïtie vanuit ervaring is krachtig, maar het moet wel goed worden verantwoord, concludeerden wij gezamenlijk.  

Koen Raats is zelfstandig professional en lid van Entwerk. Daarnaast is hij gastdocent en gepromoveerd in de planologie.